Thuis. Het turfsteken was weg. Nooit meer. Wegblijven was dodelijk. Toch deed ik het.
De zon weerkaatste op het zand. Het zweet stond me op de rug. De tuin was niet meer wat het was. Slechte tijden.
De lucht begon te brommen. “Vliegtuigen?” Nee het was dichterbij. “Automobielen!” M’n hart stokte in me keel. Ik schampte me schouder aan de deur en sprong over de traptreden.
Boven maakte ik het bed op. Ik opende het raam en verschool me achter de dakkapel. “Ze zien me, ik ben dood.”
Ze zagen me niet.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten