zaterdag 5 oktober 2013

Soms...

Soms, ontmoet je nieuwe mensen
Soms, leer je nieuwe dingen
Soms, herinner je iets nieuws
Soms, mis je mensen
Soms, ben je op een dood eind
Soms, dat woord kende opa niet

Vroeger, noemde ik het saai
Vroeger, die ene lollie
Vroeger, de kelder
Vroeger, het dambord
Vroeger, de opa stoel
Vroeger, die woorden in je oor

Nu, was het maar Soms,
Vroeger

zaterdag 7 april 2012

Het Damspel

Kleine beentjes wiebelden ongeduldig op de ene stoel. De andere stoel droeg een oud uitziende man. Oud maar fier. Een kleine hand gleed over het dambord, lichtelijk nerveus, heel eventjes raakte het kinderhandje een damsteen aan. Pats! De oude hand raakte de jonge hand “niet die, kijken” gromde de wijze.

Het kinderhandje schoot terug. Het mocht niet baten. Het kleine jongetje met een brilletje verloor genadeloos.

zaterdag 10 maart 2012

Opa verhalen 4

Opeens, een oorverdovende knal verbrak het gefluit van de vogels. Ik liet m’n hark vallen, midden in de aardappels. Een gigantische schokgolf, gerinkel van glas. Geschreeuw. Gehuil. Paniek. De zon scheen fel, onbewust van het gevaar. Ik rende naar binnen.

Bekers

Metaal glinsterde, de zon weerkaatste op het chromen vlak. Bewijzen van heldendaden stonden prijkend in de zon. Fier als masten, metalen bekers voor winnaars. Een levenloos bewijs van een winnaar.


Opa won vaak met dammen…

dinsdag 29 november 2011

Toen ik 14 was...

“Toen ik 14 was …

Een schreeuw en een pets, het was weer ochtend. Een hompje brood lag halftriest op mijn bord. Ik moest flink kauwen. Een gedeelte van het taaie hompje nam ik mee. “Opschiet’n Gerrit!” klonk een norse stem. Snel stappend kwamen we vooruit, er moest weer gewerkt worden.

Het gebons kwam ons al tegemoet, elk geluid was een ander apparaat. Weefmachine, touwstopper, draadspanner, spanner, ik herkende ze allemaal. En draad na draad spande ik aan, de weverij moest immers doorgaan.

…ja, we moesten hard werken.”

Geen titel

De mok was nog maar lauw, mijn vingers werden er niet meer warm van. Een slok later zag ik een restje suiker op de bodem liggen, roerloos.

Mijn benen veerden op, de bank haalde opgelucht adem. Er was een tijd van komen en een tijd van gaan. Twee gezichten werden even een, ik kuste mijn opa gedag. En dan het onvermijdelijke, een vraag die niet oud leek te worden.

“Hoe oud ben je nu?”
“20 opa.”
“20? Toen ik die leeftijd had… "

en het verhaal begon.

zaterdag 29 oktober 2011

Rust....?

Aangekomen trof ik gehijg aan. In, uit,in, uit. Leven was geen leven meer. De dood kwam eraan. Vrede, was er niet. De rust, moeilijk. Ik pakte de trein voor één van de laatste keren. Bewust geen nummer. Bewust geen telefoon. Rust. Ik gunde het hem.

Hij gunde het zichzelf niet. De dood.

Het was er. 3 weken later, een telefoontje. De rust was gekomen.